05 puin

‘Met materialenpaspoort omslag maken naar circulaire economie’

Gesprek met Niels Donkersloot, senior-adviseur Stadsingenieurs gemeente Utrecht

Met een materialenpaspoort wordt het terugvinden, terugwinnen en hergebruik van materialen en grondstoffen eenvoudiger. Het moet bijdragen aan een volledig circulaire economie in 2050. De omslag zal gevolgen hebben voor bestekken, contracten en de manier waarop opdrachtgever en opdrachtnemer met elkaar zaken doen.



Niels Donkersloot 660x440 Niels Donkersloot: "We staan voor een transitie: de lineaire economie ombuigen naar een circulaire economie"

De vraag naar grondstoffen neemt toe. In Nederland en ook wereldwijd. Samen met het bedrijfsleven werkt de overheid aan manieren om zuiniger en slimmer met grondstoffen om te gaan. Naast het einddoel in 2050 staat er in 2030 een tussendoelstelling genoteerd van 50 procent circulair. Niels Donkersloot is namens de gemeente Utrecht betrokken bij enkele landelijke en gemeentelijke werkgroepen die zich bezig houden met het materialenpaspoort.

Binnen deze werkgroepen wordt nagedacht hoe grondstoffen en materialen geïnventariseerd kunnen worden zodat ze later weer hergebruikt kunnen worden in andere constructies. Volgens de senior-adviseur Infrastructuur en Duurzaamheid is het geen sinecure om een materialenpaspoort op te tuigen binnen gemeentes. Meest logisch is om het in te bouwen in de beheerssystemen die gemeenten gebruiken. Maar hoe maak je een beheersysteem ook geschikt voor een uitvraag van een aannemer?


HBW 316a Hoe kunnen we grondstoffen en materialen inventariseren zodat ze later hergebruikt kunnen worden in andere constructies.

Nog veel vragen

Naast de vraag ‘welke materialen willen we in beeld brengen’ komen er meteen andere vragen, zoals: brengen we alleen openbaar materiaal in beeld of ook particulier, brengen we de hoeveelheden in beeld, moeten gemeenten weer aan depotvorming gaan doen (terwijl veel gemeenten dit de laatste jaren afgestoten hebben) of moet het materiaal gedeeld kunnen worden met andere gemeenten (zodat er een soort Marktplaats ontstaat). Donkersloot: “En dan heb ik het nog niet gehad over de software waarmee we dit willen realiseren.”

Alles staat of valt met anders leren denken, stelt Donkersloot. Dat geldt voor zowel overheden als voor architecten, constructeurs, aannemers en adviseurs. De primaire grondstofwinning moet secundair worden. “We staan voor een transitie: de lineaire economie zoals we die kennen, moeten we ombuigen naar een circulaire economie. Beton en asfalt zijn in volume één van de meest gebruikte materialen in de GWW-sector. Hier valt veel winst te behalen als je de circulaire toepassingen kunt vergroten.”

Andere samenwerking

Binnen de gemeente Utrecht wordt ook al nagedacht over een andere beschrijving van constructies in bestekken, waarbij circulariteit een belangrijk aandachtspunt is. Ook de aanbestedingen met EMVI zullen nadrukkelijker gericht worden op hergebruik en circulariteit, voorspelt Donkersloot. Aannemers die op deze onderdelen hoog scoren moeten daarvoor beloond worden. “Als gemeente nemen wij hierin het initiatief zodat de markt in beweging komt en wij tevens onze eigen duurzaamheidsdoelstellingen realiseren.”

Volgens Donkersloot zal het circulair denken leiden tot een andere manier van samenwerking. Opdrachtgevers zullen minder dicteren en meer op basis van vertrouwen met elkaar samenwerken, verwacht hij. “Om innovatieruimte toe te laten in je proces stap je op sommige momenten af van de standaarden zoals NEN en BRL. Het toetsen aan deze normen blijft natuurlijk wel van kracht. Het leidt mogelijk ook tot andere contractvormen, denk daarbij aan het vernieuwde Model Bouwteam Overeenkomst DG 2020. Samen zullen we de omslag moeten maken. Het is echt een gezamenlijke opgave die niet meer te stoppen is.”


BetonInfra Nieuwsbrief, juli 2020