Rotonde luchtfoto

Ontwerp en dimensionering

  • 18 november 2021
CROW Kennisplatform

Geotechnische maatregel

Aan de hand van het ingewonnen geotechnische advies wordt besloten om over het gehele lengteprofiel een laag schuimbeton aan te brengen. De droge volumieke massa bedraagt 600 kg/m3.

Met een evenwichtsberekening is de laagdikte van het schuimbeton bepaald. Bij het geotechnisch advies is rekening gehouden met zettingen die aan de hoge zijde van de weg optreden. De dikte van het schuimbeton is variabel en afhankelijk van de zettingsprognose. De laagdikte bedraagt maximaal 1,80 meter. Het schuimbeton wordt laagsgewijs in diktes van circa 0,30 m in het werk gepompt. Het schuimbeton krijgt een overbreedte van 1,0 meter zodat de rupsen van de slipformpaver op deze onderbaan kunnen rijden. De veiligheid tegen opdrijven is berekend aan de hand van CROW-publicatie 325 ‘Lichte ophoogmaterialen in de wegenbouw’ [11].

Verhardingsopbouw

Uit praktische overwegingen wordt op het schuimbeton een laagje zand aangebracht. Door de laagdikte hiervan te variëren wordt de verkanting van de weg gemaakt. Voor de lastspreiding op de schuimbetonlaag zorgt een 0,25 m dikke laag steenfundering. Op de fundering wordt een verdeuvelde, ongewapende betonverharding aangelegd. De langsvoegen worden gekoppeld. De sterkteklasse van het beton is C 35/45, milieuklasse XF4. Omdat met een slipformpaver wordt gewerkt, vermeldt het bestek consistentieklasse C1. Het bestek schrijft daarnaast portlandvliegascement CEM II/B-V 32,5 R en een grootste korrelafmeting (Dmax) van 31,5 mm voor.

Weg lay-out

De wegbreedte bestaat uit twee rijstroken met een totale breedte van 8,0 meter. De rijstrookbreedte tussen de markeringen bedraagt 3,50 m.

D3001_figuur 41.jpg

Figuur 41. Doorsnede wegconstructie gemeenteweg in slap gebied