Openbaar vervoer

(Inter)stedelijk vervoersbeleid is erop gericht het autoverkeer in en rond de steden terug te dringen. Voor korte verplaatsingen is er aandacht voor de inrichting van autovrije zones en van fietsroutes. Voor de verdere verplaatsingen binnen en buiten de stad wordt vooral een belangrijke rol toebedeeld aan het openbaar vervoer (bus, tram, metro en trein).

 

vorige

 

Infrastructuur voor openbaar vervoer

Om het openbaar vervoer te optimaliseren is aangepaste infrastructuur nodig, met name vrijliggende banen die een ongehinderde doorgang van bus en/of tram mogelijk maken.
Door te kiezen voor beton als verhardingsmateriaal wordt een duurzame manier van transport gekoppeld aan een vorm van duurzaam bouwen.

 

Eisen en materiaalkeuze

Een busbaan moet voldoen aan een uitzonderlijke combinatie van eisen. Bussen vallen onder de categorie zwaar verkeer met hun specifieke aslasten, eigen aan het type bus. Op busbanen en zeker nabij busstations kan de frequentie oplopen tot meerdere passages per minuut en bij de dagelijkse verkeersbelasting tot meer dan 500 bussen per dag.

 

In de stad rijdt het busverkeer meestal met een relatief lage snelheid en met de banden steeds in hetzelfde spoor. Deze omstandigheden zijn zeer nadelig voor spoorvorming in flexibele wegdekken. Ook de rem- en wringkrachten op het wegdek vormen een extra belasting.

 

De criteria waar een weg in het algemeen en een busbaan in het bijzonder aan dienen te voldoen zijn de volgende:

  • gebruikszekerheid
  • economie
  • veiligheid
  • comfort
  • esthetiek

 

Standaardontwerp voor een busbaan in beton

Vanwege de specifieke belasting door de autobussen is niet elke verharding geschikt voor een busbaan. Een busbaan in beton is de enige echte oplossing die weerstaat aan spoorvorming en voldoet aan de eisen van gebruikszekerheid, economische rentabiliteit, veiligheid en comfort.

 

Halteren op beton

Om de toegankelijkheid van bushaltes te vergroten, hebben overheden in 2006 afgesproken dat 46% van de bushaltes in 2016 toegankelijk moet zijn voor alle typen reizigers, met name voor minder valide reizigers. Na 1 januari 2016 worden de overige bushaltes geleidelijk aangepast. Nederland telt circa 50.000 bushaltes.

 

Haltes zijn er in alle vormen en maten. Sommige zijn nog van jaren-vijftig-beton, andere zijn puur hi-tech. Een belangrijk kenmerk van halteplaatsen is dat de bussen altijd in hetzelfde spoor rijden en dat spoorvorming op de loer ligt. Een betonverharding is prima bestand tegen spoorvorming, ook bij bushaltes en stations. Opdrachtgevers en beheerders kiezen er mede daarom steeds vaker voor om bushaltes in beton te laten uitvoeren.

 

De ontwerprichtlijn Halteren op beton reikt oplossingen aan om bushaltes in beton aan te leggen, zowel wat dimensionering als detaillering en zowel voor uitvoering in ongewapend beton als in vezelversterkt beton.