Ontwerpen van betonverhardingen

Het ontwerp van een betonverharding omvat onder meer materiaalkeuze, laagopbouw, dimensionering en detaillering. Tegenwoordig zijn betrouwbare en praktische ontwerpmethoden voorhanden. De CROW-Kennismodule Betonverhardingen bevat de noodzakelijke technische informatie.

 

vorige

 

Ongewapend of doorgaand-gewapend 

Ongewapende betonverhardingen bestaan in veel gevallen uit rechthoekige, vlakke platen met gedeuvelde dwarsvoegen. Als weinig verkeersbelasting te verwachten is, zoals bij fietspaden, zijn deuvels niet nodig. Voor intensief en zwaar verkeer, denk aan autosnelwegen, wordt meer en meer gekozen voor doorgaand-gewapend beton.

Dit type betonverharding is voorzien van langswapening en bevat geen dwarsvoegen. De dwarswapening heeft als taak de langswapening te ondersteunen. De dwarswapening ligt onder een hoek van 60° met de wegas en wordt op supporten geplaatst die op de fundering rusten. De langswapening wordt overlappend op onderling gelijke afstanden aangebracht. Deze wapening ligt iets boven het midden in de verharding op ten minste 50 mm vanaf de vrije plaatrand. Door vocht- en temperatuurwisselingen ontstaat loodrecht op de wegas een regelmatig patroon van ragfijne scheurtjes. In dwarsrichting is een lichte wapening nodig die vooral dient voor de ondersteuning van de langswapening. Een doorgaand-gewapende betonverharding is meestal iets duurder in aanleg, maar deze vraagt weinig of geen onderhoud. 

 

Ontwerp en duurzaamheid

Wegverhardingen worden ontworpen voor langdurig gebruik. Het duurzaamheidsprofiel wordt bepaald door de oorspronkelijke aanleg plus de onderhoudscycli. Betonverhardingen vragen weinig onderhoud. In de tijd wordt het milieuprofiel gunstiger ten opzichte van wegverhardingen waarbij regelmatig onderhoud noodzakelijk is. Minder onderhoud betekent ook minder afsluitingen. Ook de lichte kleur van beton draagt bij aan sociale veiligheid, beperking van straatverlichting en minder opwarming in de stedelijke omgeving.

 

Betoneigenschappen

In de wegenbouw wordt meestal beton gebruikt met sterkteklasse C30/37 of C35/45 en milieuklasse XF4. Bij de aanleg van een weg in ongewapend beton kunnen bij krimp en afkoeling scheuren optreden. Om scheurvorming in het verhardende beton te reguleren, worden in dwarsrichting voegen gezaagd. Bij krimp scheurt daar het beton. De voegafstand – zowel in lengte- als in dwarsrichting - moet niet groter zijn dan 4 tot 5 m. Ook krimpspanningen in het verharde beton, door wrijving met de onderliggende laag, worden zo beheerst.