Voegenplan en plaatafmetingen

Voegen zijn een belangrijk onderdeel in ongewapende betonverhardingen. Ze voorkomen dat er scheurvorming optreedt als gevolg van het krimpen van beton bij het verharden en als gevolg van temperatuurwisselingen. 

 

Het is belangrijk dat bij het ontwerp een voegenplan wordt gemaakt. Bij een voegenplan moet aandacht worden geschonken aan plaatafmetingen en voegdetaillering

 

vorige

 

Vuistregels voor de plaatafmetingen zijn:

  • beperk het plaatoppervlak tot maximaal 20 à 25 m²;
  • de lengte-breedteverhouding van de platen ligt bij voorkeur tussen 1,00 en 1,25.
    Bij fietspaden is dit 2 à 2,5 met een maximale lengte van 4,5 à 5,5 m;
  • voorkom scherpe hoeken tussen voegen en plaatranden;
  • pas bij stompe hoeken en bij kleine platen een centraal wapeningsnet toe;
  • voorzie alle betonplaten van een wapeningsnet als die platen afwijken van het vaste patroon. Hetzelfde geldt voor alle platen met verstoringen zoals putten;
  • zorg ervoor dat het voegenpatroon niet vlak bij de rijsporen ligt;
  • zet het voegenpatroon dóór in de fundering om reflectiescheuren te voorkomen.

 

Ongeveer vierkante platen hebben de voorkeur boven rechthoekige. De afmetingen van de betonplaten hangen af van de breedte van de verharding. Bij 7,5 m brede wegen zijn plaatbreedten van 3,75 m gebruikelijk. Bij deze plaatafmetingen en een voldoende plaatdikte beperken we de optredende trekspanningen in het beton en voorkomen we scheurvorming.

 

De ontwerper moet bij betonverhardingen bij voorkeur naar één constante werkbreedte streven. Verjongingen en verbredingen vragen altijd extra aandacht, al zijn ze zowel handmatig als machinaal te maken. Let op: in doorgaand-gewapende betonverhardingen met plaatbreedten groter dan circa 5 m, zijn altijd langsvoegen nodig.

 

Constructieve wapening

In een aantal gevallen is wapening in betonplaten nodig:

  • wanneer in de plaat sparingen zijn aangebracht (bijvoorbeeld langs de randen van putten en kolken);
  • bij platen met inwendig stompe hoeken;
  • smalle of niet rechthoekige platen;
  • passtukken bij schuin toelopende oplossingen (zoals aan het begin en einde van een bushalte of invoegstrook).

 

Vuistregel: platen altijd wapenen bij verstoringen zoals putten en bij afwijkende afmetingen (in lengte en/of breedte).

 

Voegconstructies

Het zagen van voegen moet afhankelijk van de omstandigheden (temperatuur, betonsamenstelling) binnen 6 tot 24 uur na het storten gebeuren.

Vuistregel: het zagen moet beginnen als het beton zonder indrukking met de zaagmachine juist betreedbaar is. Wordt te laat gezaagd, dan kan het beton door uitdrogingskrimp en afkoeling al scheuren vertonen.

 

Soorten voegen

We kennen de volgende typen voegen:

  • krimpdwarsvoegen in betonstroken;
  • krimplangsvoegen in betonstroken;
  • constructievoegen tussen afzonderlijk aangelegde betonstroken en bij dagbeëindigingen;
  • uitzetvoegen bij bochten en aansluitingen op kunstwerken of andere starre bouwdelen en bij het eind van grote rechtstanden (dus waar de uitzetting groot kan zijn).

 

Dagvoeg

Een dagvoeg is een voeg tussen twee delen van eenzelfde verharding die op verschillende dagen zijn aangelegd. Een dagvoeg is noodzakelijk aan het eind van een dagproductie of bij een noodgedwongen onderbreking van de aanleg die langer dan enkele uren duurt. Bij een ongewapende verharding wordt een bekisting geplaatst of men zaagt de volgende dag het laatste verlopende deel van het beton af. Om met deuvels de nieuwe dagproductie aan te sluiten, worden wel pvc-pijpjes in het beton getrild met een inwendige diameter die gelijk is aan de uitwendige diameter van de deuvels. Na het zagen kunnen de deuvels in de pijpjes worden geschoven.

 

Bij doorgaand-gewapend beton wordt tegen de wapening een stalen bekisting geplaatst waartegen het beton wordt afgewerkt. De bekisting wordt tijdelijk vastgelast aan de wapening. Het maken van een dagvoeg in doorgaand-gewapend beton is moeilijk en arbeidsintensief.

 

Voegafdichtingen

Bij wegen met weinig verkeer worden voegen niet gevuld. Wanneer het vullen van de voegen de voorkeur heeft, worden deze tot een bepaalde breedte en diepte opgezaagd. Dit maakt het aanbrengen van een goed functionerende voegafdichting mogelijk. De voegdichting bestaat uit een gegoten voegafdichting of uit een voorgevormd profiel. De gegoten materialen bestaan uit koude (elastische) of warme (elastoplastische) voegvulmassa's. Er zijn vele type voorgevormde profielen op de markt: holle profielen met luchtkamers, schuimprofielen en profielen met een gesloten celstructuur.

 

Meer informatie over voegen, voegafdichtingen en het aanbrengen van voegen is te vinden in het onderdeel 'Voegen en voegafdichtingen' van de CROW-Online Kennismodule Betonverhardingen.