ONTWERPDIKTEN VOOR NIEUWBOUW
Nadat het wegtype en de gebruiksfunctie zijn vastgesteld, vinden we direct een of meer bijpassende basisconstructies voor zowel wegen in ongewapende betonplaten als in doorgaand-gewapend beton. De alternatieve oplossingen zijn in technisch-constructief opzicht gelijkwaardig. In financieel-economisch opzicht zijn verschillen mogelijk.
ONTWERPDIKTEN VOOR RECONSTRUCTIES
Voor reconstructies zijn ook basisconstructies opgesteld. Een betonoverlaging kan in principe direct op een bestaande asfalt- of betonverharding worden aangebracht. Bij het overlagen van asfalt moeten van tevoren wel eventuele diepe rijsporen gevuld en sterk aangetaste asfaltlagen verwijderd worden. Een andere mogelijkheid is het maken van inlagen. Daartoe wordt het asfalt weggefreesd en de ontstane ‘asfaltbak’ dient als verloren bekisting voor het beton.
Bij het overlagen van een oude betonverharding kan deze worden gebeukt en een uitvullaag van asfaltbeton worden aangebracht. Deze laag voorkomt hechting en gaat het ontstaan van reflectiescheuren tegen.
De besteksdikten voor basisconstructies van een aantal basiswegen zijn weergegeven in tabel 1 voor ongewapend beton (OGB) en voor doorgaand-gewapend beton (DGB).
Tabel 1: Besteksdikte voor gebruikelijk type basisconstructie voor diverse basiswegen
| Wegtype |
1, 2 |
1, 2 |
2 |
2 |
3 |
3 |
3, 4, 5 |
4, 5 |
||||||||
| Gebruiks-functie basisweg |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
OGB |
DGB |
|
auto-snelweg zwaar belast (2x2) |
auto-snelweg normaal belast (2x2) |
provinciale weg |
provinciale weg Duurzaam Veilig |
water-schaps-weg (druk), |
busbaan (2-richt-ingen) |
buurt-ontsluitings-weg, |
land- |
|||||||||
| Maximum aslast (kN) |
210 |
210 |
210 |
210 |
170 |
110 |
170 |
150 |
||||||||
| Sterkte- klasse |
C 35/35 |
C 35/35 |
C 35/45 |
C 35/45 |
C 35/45 |
C 35/45 |
C 35/45 |
C 28/35 |
||||||||
| Beton (mm) |
- |
- |
- |
- |
240 |
235 |
240 |
235 |
235 |
- |
195 |
190 |
235 |
- |
225 |
- |
| Zand- cement (mm) |
- |
- |
- |
- |
200 |
200 |
200 |
200 |
200 |
- |
150 |
150 |
200 |
- |
150 | |
| Beton (mm) |
260 |
245 |
245 |
240 |
245 |
240 |
245 |
240 |
235 |
- |
200 |
190 |
240 |
- |
225 |
- |
| Asfalt- granulaat- cement (mm) |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
200 |
- |
200 |
200 |
200 |
- |
200 |
- |
| Beton (mm) |
- |
- |
- |
- |
245 |
240 |
245 |
240 |
240 |
- |
200 |
195 |
245 |
- |
230 |
- |
| Fosfor- of hoogoven- slak (mm) (gebonden materiaal) |
- |
- |
- |
- |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
- |
250 |
250 |
250 |
- |
250 |
- |
| Beton (mm) |
- |
255 |
- |
240 |
265 |
245 |
265 |
245 |
260 |
- |
215 |
200 |
260 |
- |
245 |
- |
| Meng- of beton- granulaat (mm) (gebonden materiaal) |
- |
250 |
- |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
- |
250 |
250 |
250 |
- |
250 |
- |
|
Opmerkingen:
|
||||||||||||||||
Tabel 2 geeft de voor de scheurbeheersing benodigde langswapening bij drie verschillende besteksdikten aan. Na keuze van de kenmiddellijn van de staven en het wapeningspercentage wordt de hart-op-hartafstand van de staven bepaald.
In de praktijk worden meestal staven Ø 16 of Ø 20 mm toegepast. De onderlinge staafafstanden moeten ten minste 120 mm te bedragen. In de praktijk worden bij een besteksdikte van 250 mm, staven Ø 16 – 125 mm of Ø 20 – 180 mm gebruikt bij een betonsterkteklasse C35/B45. De langsstaven worden op supporten Ø 12-700 mm bevestigd. De supporten zijn in een hoek van 60° op de wegas geplaatst.
![]() | Langswapening op supporten |
Tabel 2: Hoeveelheid doorgaande langswapening in staalkwaliteit FeB 500 (centrische ligging) bij drie verschillende betondikten
| Sterkteklasse beton |
C35/45 |
|
| Sterkteklasse beton |
16 |
20 |
|
Wapeningspercentage staven (mm) |
0,62 |
0,66 |
| Besteksdikte | ||
| 230 mm - wapeningshoeveelheid (mm2/m) - maximale hart-op-hart-afstand (mm) |
|
|
| 250 mm - wapeningshoeveelheid (mm2/m) - maximale hart-op-hart-afstand (mm) |
|
|
| 270 mm - wapeningshoeveelheid (mm2/m) - maximale hart-op-hart-afstand (mm) |
|
|
| Overlaplengte staven (mm) |
370 |
450 |
DOORGAANDE WAPENING
De plaatdikte van een doorgaand-gewapende betonverharding wordt bepaald op basis van het sterktecriterium dwarsvoeg (met 100% lastoverdracht). Een minimum hoeveelheid betonstaal moet voorkomen dat de wapening gaat vloeien of breekt als het beton scheurt. Zo krijgen we een fijn verdeeld scheurenpatroon. De berekende scheurwijdte moet kleiner blijven dan 0,3 à 0,4 mm. Dan is beton voldoende duurzaam.




