Busbaan Strijp-S te Eindhoven
Turborotonde Harselaar te Barneveld
Reconstructie kruispunt Middelpeelweg (N277) – Dr de Quayweg
Geplooid landschap
  1. Hoe bereken ik de betondikte voor wegen en bedrijfsverhardingen?  
  2. Kan ik een betonverharding voegloos ontwerpen?
  3. Wanneer breng ik deuvels aan in de dwarsvoegen van betonverhardingen?
  4. Wat is het verschil tussen deuvels en koppelstaven?
  5. Wanneer zijn uitzetvoegen in beton nodig, en hoe doen we dat?
  6. Wat is een constructievoeg (dagvoeg) en hoe breng ik die aan?
  7. Hoe ontwerp ik een vloeistofdichte betonverharding?
  8. Wanneer komt een cementgebonden fundering in aanmerking?
  9. Welke toepassingen zijn er voor schuimbeton in de wegenbouw?

Hoe bereken ik de betondikte voor wegen en bedrijfsverhardingen?
Voor het berekenen van de dikte van een weg of een terreinverharding bestaan rekenprogramma's. De opzet in grote lijnen: eerst wordt de draagkracht van de ondergrond bepaald. Vervolgens worden de dikte en de aard van het funderingsmateriaal gekozen, het te verwachten verkeersaanbod bepaald en de sterkteklasse van het beton bepaald.
Met invoer van deze gegevens kunnen de programma’s VENCON 2.0 voor wegen en FLOOR 2.0 voor bedrijfsterreinen, de betondikte berekenen.
De uitkomst van de berekening (in mm) is de zogenaamde ontwerpdikte. De voorschriften (onder meer RAW 2005) geven aan dat een spreiding in dikte bij de uitvoering mag voorkomen. Afhankelijk van de gekozen fundering en de uitvoeringswijze dient dan ook een toeslag bij de berekende dikte te worden opgeteld om tot een besteksdikte te komen.

naar boven


Kan ik een betonverharding voegloos ontwerpen?
Een ongewapende betonverharding heeft altijd dwarsvoegen en soms, afhankelijk van de wegbreedte, ook langsvoegen (zie CROW-publicatie 220).
Doorgaand-gewapende betonverhardingen hebben geen dwarsvoegen, maar bij een grote breedte wel een langsvoeg. Dergelijke betonverhardingen zijn geschikt voor intensief bereden wegen met zwaar verkeer, zoals autosnelwegen. De combinatie met een geluidreducerende toplaag van zoab is daarbij goed mogelijk.
Voorgespannen beton wordt tegenwoordig in de wegenbouw niet meer aangelegd, maar soms wel voor vliegveldverhardingen (platforms).

naar boven


Wanneer zijn deuvels in de dwarsvoegen van betonverhardingen nodig?
Deuvels dienen om de lastoverdracht in voegen te verbeteren.
Bij rekenprogramma VENCON 2.0 bestaat de mogelijkheid te rekenen mèt en zonder deuvels in de dwarsvoegen.
Bij rekenen zonder deuvels kan het programma aangeven dat geen passende constructie zonder deuvels bestaat, zodat deuvels nodig zijn.
Bepalend voor het toepassen van deuvels zijn het aantal wiellastherhalingen gedurende de ontwerplevensduur en de ‘stijfheid’ van de fundering met de ondergrond.

naar boven


Wat is het verschil tussen deuvels en koppelstaven?
Deuvels verzorgen de lastoverdracht ter plaatse van voegen en laten spanningsloze vervormingen van de betonplaten toe in horizontale richting. Ze zijn gemaakt van gladstaal FeB 220, met een diameter van min. 25 mm en een lengte van ten minste 0,50 m. Deuvels zijn over de gehele lengte voorzien van een coating zodat bewegingen in langsrichting mogelijk blijven.
Koppelstaven worden aangebracht in langsvoegen. Zij moeten de platen bij elkaar houden en de voeg goed gesloten houden. Koppelstaven zijn gemaakt van geprofileerd staal FeB 500, met een diameter van 20 mm en een lengte van 0,80 m.
De staven zijn in het midden (ter plaatse van de voeg) over een lengte van minimaal 0,20 m voorzien van een coating tegen corrosie.

naar boven


Wanneer zijn uitzetvoegen in beton nodig, en hoe doen we dat?
Uitzetvoegen zijn nodig om horizontale druk op andere verhardingen of constructies (kunstwerken, pompeilanden enz.) te voorkomen als de buitentemperatuur stijgt.
Een uitzetvoeg wordt over de volle breedte van de verharding en de volledige dikte aangebracht en heeft een voegbreedte van minimaal 25 mm.
Bij dunne verhardingen (minder dan 150 mm) en kleine boogstralen (kleiner dan 250 m) komen uitzetvoegen voor om ‘spatten’ van de betonverharding te voorkomen.
Bij beëindigingen van een betonweg met zogenaamde dwarsbalken worden wel uitzetvoegen aangebracht in dwarsrichting.
Als tijdens de aanleg de omgevingstemperatuur laag is (< 10 – 12 C) moet de voegwijdte van de uitzetvoeg hierop worden aangepast (groter gemaakt).

naar boven


Wat is een constructievoeg (dagvoeg) en hoe breng ik die aan?
Het beëindigen van een dagproductie gebeurt altijd op de plaats van een voeg en wordt op twee manieren uitgevoerd.

  1. Men plaatst een balk als bekisting ter plaatse van de dagbeëindiging en laat de machine daar overheen lopen. De volgende morgen wordt de bekisting verwijderd en men boort zonodig gaten voor deuvels en lijmt deze in. Vaak wordt ter plaatse van de dagbeëindiging een zogenaamde uitzetvoeg aangebracht, bijvoorbeeld door 15 of 20 mm Ethafoam of dergelijk materiaal aan te brengen.
  2. Bij de andere methode is laat men de machine doorlopen tot 0,5 à 1 m voorbij de voeg (dagbeëindiging). Het gedeelte voorbij de voeg wordt de volgende ochtend afgezaagd en weggehaald. Verder zijn dan de handelingen zoals hiervoor genoemd. Dit levert een kwalitatief goede constructievoeg op.

naar boven


Hoe ontwerp ik een vloeistofdichte verharding?
Eisen voor ontwerp en aanleg van vloeistofdichte verhardingen staan in CUR-Aanbeveling 65 ‘Ontwerp en aanleg van vloeistofdichte voorzieningen’ (2005) en KIWA BRL (beoordelingsrichtlijn) 2362. Het gaat om een goede detaillering van de voegen en om het beperken van de scheurwijdte tot 0,1 à 0,2 mm, afhankelijk van de milieugevaarlijke stof.
Verder geldt een maximale indringdiepte van de vloeistof in het beton. Uit het ontwerp volgen de vereiste sterkteklasse en milieuklasse van het beton. Vloeistofdichte toepassingen worden aangetroffen bij de opslag en verwerking van producten in de agrarische sector, de chemische industrie, garagebedrijven, tankstations en in de grafische sector.

naar boven


Wanneer komt een cementgebonden fundering in aanmerking?
Cementgebonden funderingen kennen we als schraalbeton, zandcement of cementgebonden granulaten (bijvoorbeeld menggranulaat). Ze komen in aanmerking bij zware belastingen door wegverkeer, containeropslag en bijzondere voertuigen (tram, trein, vliegtuig). Ook bij intensief verkeer (provinciale wegen en autosnelwegen) bieden deze funderingen de voordelen van een grotere draagkracht en levensduur.
Bij de aanleg van cementgebonden funderingen moet aandacht worden besteed aan het tijdig ontspannen (door kerven) en het aanbrengen van een scheurremmende tussenlaag.
Een bijzondere toepassing betreft een fundering van schuimbeton, die bedoeld is voor aanleg bij een minder draagkrachtige ondergrond. Schuimbeton is zelf-nivellerend en de uitvoering verloopt razendsnel.

In toenemende mate worden verontreinigde materialen (grond, slakken, assen, baggerspecie) met toevoeging van cement ‘omgezet’ in wegfunderingsmateriaal. Deze techniek is een combinatie van stabiliseren en immobiliseren, waarbij het cement mede zorgt voor een zeer lage uitloging en een voldoende duurzaamheid (zie www.immobilisatie.nl).

naar boven


Welke toepassingen zijn er voor schuimbeton in de wegenbouw?
Schuimbeton is een beton waarbij zich door middel van een of meer hulpstoffen een grote hoeveelheid luchtbelletjes in het beton vormt. De dosering van de hoeveelheid lucht is zeer nauwkeurig te regelen. Het is mogelijk beton te maken met een gesloten celstructuur en een volumieke massa van 500 tot 600 kg/m3.
Het materiaal is door zijn lage volumieke massa uitstekend te gebruiken als wegfundering in gebieden met een slechte grondslag, zoals veen- en weidegebieden.
Verder wordt schuimbeton gebruikt als licht ophoogmateriaal bij hoge opritten, bij het vullen van diepe sleuven en sloten in wegtracés en als fundering bij wegverbredingen.
Het gebruik van schuimbeton kan voorkomen dat wegen ongelijkmatige zettingen ondergaan.

naar boven


faq