Bestandheid van beton tegen vorst en dooizouten

Op 13 november vond in Venlo een bijeenkomst plaats van het Kennisplatform Betonwegen met als motto 'Weerbarstig beton'. De focus lag op de bestandheid van beton en dan met name betonverhardingen tegen vorst en dooizouten.

 

Een drietal sprekers namen dit onderwerp onder de loep.
Peter de Vries van ENCI zette eerst het fenomeen op zich uiteen. Wat gebeurt er precies in het met water verzadigde beton als het gaat vriezen en er dooizouten worden aangebracht. Dat ook de cementkeuze, en met name het klinkergehalte ervan, van invloed is op de vorstdooizoutbestandheid toonde hij aan in de navolgende grafiek:

04-vorst-dooi-660x440

CO2-armere cementen geven een daling van de vorst-dooizoutbestandheid

 

De milieuklasse die hierop van toepassing is, is XF4. Daarin is een schijnbare keuze tussen 'met lucht' en 'zonder lucht'. De norm suggereert gelijkwaardigheid. Maar dat is niet het geval! Uit onderzoek komt naar voren dat beton met lucht duidelijk beter bestand is tegen vorst en dooizouten.

 

04-NEN-660x440

 

 

Beproeving vorst-dooizoutbestandheid

Heijmans presenteerde haar ringonderzoek bij vijf verschillende laboratoria voor het beproeven van vorst-dooizoutbestandheid op uit het werk geboorde kernen. Naast beproevingen op het gestorte oppervlak zijn de proeven ook uitgevoerd op gezaagde oppervlakken en op gestorte oppervlakken, die eerst nog zijn voorzien van een hydrofobeermiddel. Voorzichtige conclusies die hieruit naar voren kwamen zijn:

  • Het gemiddelde massaverlies van de kernen met gehydrofobeerd gestort oppervlak ligt ruim 20 procent lager dan van gestort oppervlak;
  • Het gemiddeld massaverlies van het gezaagd oppervlak was nagenoeg gelijk aan het gehydrofobeerd gestort oppervlak;
  • De resultaten per laboratorium (bij kernen uit dezelfde plaat) liepen sterk uiteen. Mogelijke reden hiervan zou de interpretatie van de uitvoering van de Slab-test volgens de Europese Norm EN/TS 12390-9 kunnen zijn.

 

Slab-test

Elia Boonen, onderzoeker bij het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw in België, presenteerde zijn onderzoekservaringen met de Slab-test in vergelijking met de ISO/DIS 4846.2 om voor de Slab-test massaverlieswaarden te definiëren voor de verschillen wegklassen in België. De Slab-test kwam daar robuuster uit maar met een hoger massaverlies.
Ook in zijn onderzoek scoorden de betonmengsels met lucht een beduidend geringer massaverlies ten opzichte van beton zonder lucht of met een hogere wcf.

 

04-Elia-Boonen-660x440Elia Boonen, onderzoeker bij het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw in België, presenteerde zijn onderzoekservaringen met de Slab-test

 

Verder kwamen ook de resultaten voorbij van het onderzoek naar de verschillende oppervlakte-afwerkingen, inclusief het toepassen van hydrofobeermiddelen.

De ervaringen in België met de ruimte in de interpretatie van de Europese Norm EN/TS 12390-9, hebben inmiddels wel geleid tot een aanvullende nauwkeurige beschrijving voor de uitvoering van de Slab-test. Deze aanvulling is te vinden in Annex E van RNR06.

 

 

Presentaties

De presentaties van deze Themabijeenkomst zijn te vinden op de BetonInfra-website.