Begrippenlijst

Schraal beton

Beton met een laag cementgehalte.

Slipformpaver

Verwerkingsmachine voor de aanleg van betonverhardingen, uitgerust met een glijdende bekisting.

Spatten

Bij snelle verhitting van beton in geval van brand ontstaat een interne druk doordat het aanwezige vocht in korte tijd wordt omgezet in stoom, waarvan het volume sterk én heel snel toeneemt en de buitenlaag kan worden afgedrukt; we
spreken over 'spatten'. Verticale verplaatsing van delen van een verharding door knik als gevolg van horizontale drukspanning die meestal wordt veroorzaakt door thermische uitzetting.

Specifieke verlenging/verkorting

De verhouding tussen de verlenging (of verkorting) in een materiaal, onder invloed van een belasting, en de oorspronkelijke lengte:

? = ?l / l. Een specifieke verkorting wordt ook wel aangeduid met het begrip 'stuik'. Een specifieke verlenging wordt ook wel aangeduid met het begrip 'rek'.

Staalvezelbeton

Beton waarbij de samenhang en de buigtaaiheid is verbeterd door het toepassen van staalvezels. In theorie kan hierdoor de treksterkte maximaal twee maal zo hoog worden t.o.v. de treksterkte van ongewapend beton.

Stabiliseren

Verbeteren van de draagkracht van een grondlaag door vermenging met een bindmiddel.

Standaard RAW 2015

Standaard RAW bepalingen 2015.

Steenmengsel

Mengsel van gebroken natuurlijk gesteente of van slak die vrijgekomen is bij de bereiding van staal of ontsluiting van erts. Wordt vaak als fundering toegepast.

Sterktecriterium

Ontwerpcriterium voor ongewapende betonplaten ten aanzien van de optredende spanningen in het beton.

Sterkteklasse

Aanduiding voor de karakteristieke druksterkte van beton volgens NEN 5950 Voorschriften Beton Technologie (VBT 1995).

Stijfheidscriterium

Ontwerpcriterium voor ongewapende betonplaten ten aanzien van de optredende verplaatsingen bij de voegen in het beton.

Stortvoeg

Zie: Constructievoeg