Busbaan Strijp-S te Eindhoven
Turborotonde Harselaar te Barneveld
Reconstructie kruispunt Middelpeelweg (N277) – Dr de Quayweg
Geplooid landschap

BETONEIGENSCHAPPEN
In de wegenbouw wordt meestal beton gebruikt met sterkteklasse C 28/35 of C 35/45 en milieuklasse XF4 (voor nadere uitleg zie Betontechnologie)

Bij de aanleg van een weg in ongewapend beton kunnen bij krimp en afkoeling scheuren optreden. Om scheurvorming in het verhardende beton te reguleren, worden in dwarsrichting voegen gezaagd. Bij krimp scheurt daar het beton. De voegafstand – zowel in lengte- als in dwarsrichting - moet niet groter zijn dan 4 tot 5 m. Ook krimpspanningen in het verharde beton, door wrijving met de onderliggende laag, worden zo beheerst.

STROEFHEID EN GELUID
Het verse betonoppervlak wordt met een dwarse bezemstreek afgewerkt om een stroef oppervlak te verkrijgen. Een andere mogelijkheid is het betonoppervlak uit te borstelen waarmee de geluidsbelasting door motorvoertuigen aanzienlijk vermindert. Bij snelheden > 70 km/h overheerst het geluid door het contact tussen wegdek en band ten opzichte van het motorgeluid. Het uitborstelen gaat als volgt:

  • opsproeien van een bindingsvertrager die de hydratatie aan het oppervlak sterk vertraagt;
  • aanbrengen van een plastic folie om uitdroging tegen te gaan;
  • het oppervlak mechanisch uitborstelen na voldoende verharding. Cement en ander fijn materiaal worden verwijderd, waardoor een grove, open structuur ontstaat;
  • aanbrengen van een nabehandelingsmiddel (curing compound).

Het geluidniveau van uitgeborsteld beton met fijne toeslagmaterialen is circa 1 à 2 dB(A) lager dan van een wegdek van dichtasfaltbeton (zie: www.stillerverkeer.nl). Zie verder CROW rapport 03-09 ‘Optimalisatie van uitgeborsteld beton en bepaling van de Cwegdek’, 2003. Bij autosnelwegen is de toepassing van een ZOAB deklaag vereist.

03_ontwerpen  Verschillende afwerkings-mogelijkheden van een betonoppervlak
ontwerpen