A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
A
Aanmaakwater
Water toegevoegd aan een mengsel van een hydraulisch bindmiddel en toeslagmaterialen om dat mengsel te kunnen verwerken en daarna te doen verharden.
Aannemer
Natuurlijke of rechtspersoon aan wie de uitvoering van een werk is opgedragen.
Aanvangssterkte
Mechanische sterkte van een door menging verkregen materiaal op een nader omschreven tijdstip kort na de bereiding.
Aardebaan
Gedeelte van het weglichaam, dat bestaat uit een aangebracht en/of verbeterd grondpakket en dat dient om de verhardingsconstructie zowel verticaal als zijdelings te ondersteunen. Tevens moet de aardebaan worden gezien als het deel van het weglichaam, waarmee bij ophogingen de gewenste hoogteligging van de weg wordt gerealiseerd.
Aardvochtig
Betonspecie met de consistentie van vochtige aarde
Afschuinen
Afschuinen is het door zagen, slijpen of frezen verwijderen van de scherpe rand tussen voeg en verhardingsoppervlak, waardoor een vellingkant met een horizontale breedte van 3Ð5 mm en verticaal gemeten een diepte van 3-5 mm ontstaat.
Aslast
Massa die via de as van een voertuig kracht uitoefent op het wegdek.
Aslastspectrum
Histogram met klassengrenzen voor aslasten.
B
Beddingsconstante (k)
Evenredigheidscoëfficiënt tussen de door de grondslag geleverde tegendruk (p) en de zakking (w) van een oppervlak onder een verticale belasting. Deze weerstand kan worden verhoogd door funderingslagen toe te passen, waardoor een zogenaamde samengestelde beddingsconstante ontstaat.
Beddingsgetal
Zie: Beddingsconstante.
Bedrijfscontrole
Controle van de aannemer of aan de gestelde eisen is voldaan bij de bereiding en verwerking van bouwstoffen en mengsels.
Bestek
Beschrijving van een werk, de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, de nota van inlichtingen en het proces verbaal van aanwijzing.
Besteksdikte
Ontwerpdikte vermeerderd met ten minste de uitvoeringstoleranties genoemd in art. 31.32.07, Standaard RAW Bepalingen 2005.
Beton
Gegradeerd mengsel van zand, grind en/of gebroken materiaal, cement, water en eventueel hulp- en/of vulstoffen, in verharde toestand, waarbij het oppervlak van een textuur kan zijn voorzien.
Betongranulaat
Betonpuin na verwerking in een brekerij.
Betonmenginstallatie
Installatie voor het bereiden van betonspecie.
Betonplaat
Door voegen of randen begrensd, meestal rechthoekig gedeelte van een betonverharding.
Betonstaal
Stalen staven geschikt voor het wapenen van beton.
Betonspecie
Beton in de plastische fase; onverhard beton.
Betonspreidmachine
Machine voor het spreiden van betonspecie voor de slipformpaver. Men onderscheidt 'side feeders' die vanaf de zijkant spreiden en 'front feeders' die voor de slipformpaver werken.
Betonweg
Weg waarvan het wegdek uit beton bestaat.
Betontechnologie
De kennis en kunde om steenachtig toeslagmateriaal aan elkaar te plakken door middel van een lijm, de cementlijm.
Betonverharding
Verharding waarvan de deklaag uit beton bestaat.
Bindtijd
Tijdsverloop tussen het moment van het mengen van cement en water, en het begin van het opstijven.
Bindingsversneller
Hulpstof die de bindtijd van cement verkort.
Bindingsvertrager
Hulpstof die de bindtijd van cement verlengt.
Bleeding
Vorm van ontmenging van betonspecie aan het oppervlak, waarbij met name het overtollige water uit de betonspecie omhoog komt.
Boorkern
Cilindrisch proefstuk dat door middel van een holle boor uit een verharding wordt getrokken.
Breukrek
Vervorming waarbij breuk optreedt.
C
Capillaire poriën
(Grovere) poriën in cementsteen
Cement
Hydraulisch materiaal, ten dele of in hoofdzaak bestaande uit Ð fijn - gemalen portlandcementklinker waaraan gewoonlijk een geringe hoeveelheid gips of anhydriet is toegevoegd. Bestaat uit fijn gemalen, anorganische stof die na mengen met water een pasta vormt, die bindt en verhardt door middel van hydratatiereacties en Ðprocessen. Deze pasta behoudt na verharding tot cementsteen haar sterkte en stabiliteit, ook onder water.
Cementbeton
Zie: Beton.
Cementgehalte
Aantal kilogrammen cement in één kubieke meter beton.
Cementlijm
Onverhard mengsel van cement en water.
Cementbetonspecie
Zie: Betonspecie.
Cementsteen
Verharde cementlijm.
Consistentie
Plastisch gedrag van betonspecie. Consistentie is ingedeeld in consistentieklassen, afhankelijk van de gemeten waarde bij een bepaalde meetmethode (zetmaat, schudmaat, verdichtingsmaat).
Consistentieproef
Proef ter bepaling van de vormverandering van een materiaal onder voorgeschreven omstandigheden.
Corrosie
Aantasting van een materiaal door reacties met componenten uit de omgeving; roesten van wapening.
Constructievoeg
Voeg die ontstaat wanneer de betonverharding wordt aangebracht, aansluitend aan een reeds eerder aangebracht gedeelte of reeds bestaande verhardingsconstructie (ook wel stortvoeg genoemd).
Curing
Zie: Nabehandeling.
Curing compound
Zie: Nabehandelingsmiddel.
D
Dagvoeg
Grensvlak tussen delen van een gelijksoortige verharding, die op verschillende dagen zijn gestort.
Deklaag
Bovenste verhardingslaag waarop verkeer wordt toegelaten.
Deuvel
Gladde, rondstalen staaf , voorzien van een coating die ter plaatse van de voegen wordt aangebracht in beton om alléén dwarskrachten over te brengen.
Doorgaand-gewapende betonverharding
Betonverharding zonder dwarsvoegen met in langsrichting een enkel wapeningsnet ongeveer in het midden van de plaat.
Dilatatievoeg
Zie: Uitzetvoeg.
Directie
Persoon of personen, door de opdrachtgever aangewezen om toezicht uit te oefenen op de uitvoering van een werk en op naleving van de overeenkomst, en om de opdrachtgever te vertegenwoordigen in alle zaken die het werk betreffen voorzover daarvoor geen andere regelingen gelden.
Droge dichtheid
Dichtheid van materiaal, verminderd met de aanwezige massa water.
Duurzaamheid
Bestandheid van beton tegen aantasting vanuit het milieu waarin de constructie is geplaatst.
Dwangmenger
Menginstallatie voor betonspecie waarin materialen door draaiende schoepen worden vermengd.
Dwarsvoeg
Een voeg, haaks op de stortrichting van de slipformpaver.
E
Elasticiteitsmodulus
Verhouding tussen een belasting en de daardoor veroorzaakte elastische vervorming van een materiaal.
Elastische voegdichtingsmaterialen
Eén- of meer-componenten kunststoffen. De vloeibare componenten verharden, in contact met de buitenlucht of door menging van hars- en hardercomponenten, ten gevolge van chemische reacties waarbij elastische materialen ontstaan.
Elasto-plastische voegdichtingsmaterialen
Materialen die door verwarming gietbaar of extrudeerbaar worden en bij normale temperatuur een enigszins rubberachtig karakter bezitten.
Entiteit
Hetgeen afzonderlijk kan worden beschreven en beschouwd (bijvoorbeeld een proces of product).
F
Fijnheidsmodulus
Getal waarmee de fijnheid van toeslagmateriaal wordt aangegeven.
Fractie
Korrelvormig materiaal waarvan de afmetingen tussen aangegeven zeefgrenzen liggen.
Frezen
Bewerking van het verhardingsoppervlak met beitels bevestigd op een roterende cilinder, waardoor de verharding tot een bepaalde diepte wordt verwijderd.
Fundering
Constructie ter ondersteuning van het wegdek. Men onderscheidt gebonden en ongebonden funderingen. Zie ook
gestabiliseerde laag.
G
Gebonden fundering
Fundering bestaande uit een laag hydraulisch en/of bitumineus gebonden steenachtig materiaal of zand.
Gebruiksduur verharding
Tijdsperiode waarbinnen de verharding zijn functie vervult
Gestabiliseerde laag
Laag korrelig materiaal waaraan een bindmiddel is toegevoegd.
Gewogen rijpheid
Methode voor het bepalen van de sterkteontwikkeling in beton. Het product van de verhardingstijd in uren en de
verhardingtemperatuur in¡C.
Gradering
Zie: Korrelverdeling.
Granuleren
Het snel afkoelen van vloeibare (hoogoven)slak met behulp van water.
Grind
Natuurlijk materiaal waarvan ten minste 30% een korrelgrootte heeft van meer dan 2 mm.
Groene sterkte
Betonspecie met een zodanige samenhang dat de gemaakte producten direct na verdichten zonder mal/bekisting kunnen blijven staan of kunnen worden getransporteerd
Grond
Korrelig bodemmateriaal waarvan de samenstellende deeltjes kunnen bestaan uit verschillende mineralen en verder uit organische stoffen en bijmengingen.
Grondlichaam
Zie: Aardebaan.
Grondverbetering
1. Vervanging van niet-draagkrachtige grond door draagkrachtig materiaal.
2. Bewerkingen van grondlagen om de draagkracht en waterdoorlatendheid daarvan te verbeteren.
H
Haakweerstand
Weerstand tegen afschuiven als gevolg van wrijving in de contactvlakken van korrelig materiaal.
Hogesterktebeton
Beton in de sterkteklasse hoger dan C53/65.
Holle ruimte
Zie: Poriënvolume.
Hoogovencement
Cement dat bereid is uit portlandcementklinker en gegranuleerde basische hoogovenslakken, waarbij het gehalte aan hoogovenslakken ligt tussen 35 en 85 massaprocenten.
Hulpstoffen
Stoffen die in kleine hoeveelheden naast de normale bestanddelen in betonspecie kunnen worden gedoseerd met het doel één of meer eigenschappen van de specie of het verharde beton te be•nvloeden.
Hydratatie
De chemische reactie van cement en water.
Hydrauliciteit
Vermogen om te verharden door hydratatie.
Hydraulisch
Het vermogen van een stof om met water te reageren onder de vorming van een ook in water stabiele verbinding.
J
Jong beton
Beton aan het begin van de sterkteontwikkeling.
K
Keuring
Activiteiten zoals het meten, onderzoeken en beproeven, of schatten van een of meer kenmerken van een entiteit en het vergelijken van de resultaten daarvan met gespecificeerde eisen, om vast te stellen of overeenkomstigheid voor elk kenmerk is bereikt.
Karakteristieke kubusdruksterkte
De kubusdruksterkte die door ten minste 95% van alle gemeten kubussen uit de desbetreffende populatie wordt overschreden.
Klinker
(Portlandcement)klinker is de belangrijkste grondstof voor de productie van cement. Klinker wordt gemaakt door het gezamenlijk verhitten tot smelten en daarna afkoelen van kalk-, silicium-, aluminium- en ijzerhoudende grondstoffen.
Koppelstaaf
Staaf van (geprofileerd) betonstaal, die in een betonverharding ter plaatse van langsvoegen wordt aangebracht om trekkrachten over te brengen.
Korrelverdeling, korrelgradering
Karakterisering van de afmetingen van korrels toeslagmateriaal; bepaling door middel van zeefanalyse.
Krimpvoeg
Kunstmatig aangebrachte verzwakking in langsrichting in een betonverharding voor geprogrammeerde en gecontroleerde scheurvorming (wordt ook wel krimpschijnvoeg genoemd).
Kruip
Blijvende vervorming van beton onder invloed van permanent of zeer langdurig aanwezige belasting, voornamelijk veroorzaakt door microscheurvorming en capillaire spanningen in de cementsteen.
Kruipcoëfficiënt
Verhouding tussen de vervorming veroorzaakt door de kruip (??) en de elastische vervorming: ? = ?? / ?be
Kunstwerk
Bouwkundige constructie die deel uitmaakt van een weglichaam en waaraan - mede als gevolg daarvan - wegbouwkundige ontwerpcriteria ten grondslag liggen.
Kwaliteit
Het geheel aan kenmerken van een entiteit dat betrekking heeft op het vermogen van die entiteit om kenbaar gemaakte en vanzelfsprekende behoeften te bevredigen.
Kwaliteitsbeheersing
Operationele technieken en activiteiten die worden aangewend om aan kwaliteitseisen te voldoen
Kwaliteitsborging
Alle geplande en systematische activiteiten, ge•mplementeerd binnen het kader van het kwaliteitssysteem en waar nodig aangetoond, om in voldoende mate het vertrouwen te geven dat een entiteit aan gestelde kwaliteitseisen zal voldoen.
Kwaliteitseisen
Uitdrukking van de behoeften, of hun vertalingen in een verzameling van kwantitatief of kwalitatief kenbaar gemaakte eisen, voor de kenmerken van een entiteit om realisering en onderzoek daarvan mogelijk te maken.
Kwaliteitsplan
Document dat voor de kwaliteit specifieke praktijken, middelen en volgorde van handelingen uiteenzet, die relevant zijn voor een bepaald product, project of contract.
Kwaliteitssysteem
Organisatiestructuur, procedures, processen en middelen die nodig zijn voor het implementeren van kwaliteitszorg.
Kwaliteitszorg
Alle activiteiten van de totale managementsfunctie die het kwaliteitsbeleid, de doelstellingen en de verantwoordelijkheden vaststelt en deze implementeert met middelen als kwaliteitsplanning, kwaliteitsbeheersing, kwaliteitsborging en kwaliteitsverbetering binnen het kwaliteitssysteem.
L
Langsvoeg
Voeg in de verharding evenwijdig aan de stortrichting. Kan als krimpschijnvoeg of als constructielangsvoeg worden uitgevoerd.
Lastoverdracht
Het vermogen van een voegconstructie om een deel van een belasting op een betonplaat naar de naastgelegen plaat af te dragen.
Luchtbelvormer
Hulpstof die tijdens de bereiding aan betonspecie wordt toegevoegd om de vorming van zeer kleine luchtbellen te bewerkstelligen.
M
Maaiveld
Natuurlijk terreinoppervlak
Maximale scheurwijdte
De in de bruikbaarheidsgrenstoestand maximaal toegestane scheurwijdte, bij een bepaalde milieuklasse, waarbij de duurzaamheid gedurende de referentieperiode is gewaarborgd. In art.4.3.3 van NEN 6720 (VBC 1995) zijn de eisen opgenomen.
Miner hypothese
Lineaire schadeaccumulatie voor de beschrijving van vermoeiing van beton onder herhaalde belasting.
Minimum wapeningspercentage
Wapeningspercentage waarbij de hoeveelheid wapening bij scheuren van het beton in staat is om de volledige belasting (trek of buigtrek) op te menen zonder gevaar voor grote vervormingen (en dus grote scheurwijdte) als gevolg van vloei (of breuk) van het betonstaal.
Milieuklasse
Bepaalde samenstelling en dichtheid van het beton afgestemd op het milieu waarin een constructie wordt toegepast.
Mortel
Mengsel van bindmiddel en (fijn) mineraal aggregaat.
N
Nabehandelen
Handelingen die het verdampen van water uit de vers afgewerkte beton(specie) moet voorkomen.
Nabehandeling
Geheel van maatregelen om mengsels met hydraulische bindmiddelen gedurende de verhardingsperiode te beschermen tegen uitdroging en weersinvloeden.
Nabehandelingsmiddel
Product dat op een vers beton- of zandcementoppervlak wordt gesproeid om vochtverlies door verdamping te voorkomen.
Natuurlijke ondergrond
Ongeroerde grond onder een weglichaam.
O
Onderbouw
Totaal van natuurlijke en aangebrachte grond- en funderingslagen onder een verharding.
Ondergrond
Totaal van natuurlijke en aangebrachte lagen onder de verharding.
Onderhoud
Inspanningen die worden gepleegd voor het instandhouden dan wel herstel van de functie op het oorspronkelijke
gebruikersniveau.
Ongebonden fundering
Fundering bestaande uit een laag niet-gebonden steenachtig materiaal.
Ontwerplevensduur
Tijd uitgedrukt in jaren dat de verhardingsconstructie verwacht wordt functioneel aan zijn doel te beantwoorden.
Opgelegde vervormingen
Vervormingen (speciaal verlenging/verkorting en krommingen) van een constructie als gevolg van krimp, temperatuur en zetting van de ondergrond.
Onvoltooid scheurenpatroon
Scheurvorming in gewapend beton (fase II), dat zich kenmerkt door een constante scheurwijdte en een afname van de gemiddelde scheurafstand bij toenemende belasting (trek, buigtrek). Gewapende betonverhardingen bevinden zich, onder invloed van verhinderde opgelegde vervormingen (krimp, temperatuur, zetting), meestal in fase II (onvoltooid scheurenpatroon).
Opleveringscontrole
Controleren of een werk bij de oplevering aan de gestelde eisen voldoet.
Opzagen
Opzagen is het verbreden van een voeg door zagen om de breedte van de voeg in overeenstemming te brengen met de vervormingseigenschappen van het voegdichtingsmateriaal.
P
Permeabiliteit
Doorlaatbaarheid van het pori‘nsysteem in een materiaal.
Plastische krimpscheur
Scheur in betonspecie als gevolg van het verdampen van aanmaakwater uit de betonspecie.
Poederkoolvliegas
Reststof die wordt opgevangen uit de rookgassen van met poederkool gestookte verbrandingsinstallaties, zoals
elektriciteitscentrales.
Polijstgetal
Gemiddelde uitkomst van een stroefheidsmeting op een reeks proefstukken die zijn onderworpen aan een polijstproef.
Pons
Onder invloed van een geconcentreerde last bezwijken van een plaat.
Poriënvolume
Gehalte aan poriën van een materiaal als percentage van het totale volume. Toelichting: bij asfalt veelal 'holle ruimte' genoemd.
Portlandcement
Cement waarvan de portlandcementklinker in hoofdzaak bestaat uit verbindingen van kalk met kiezelzuur en aluminiumoxide.
Portlandvliegascement
Cement waarin vliegas is vermengd met gemalen portlandcementklinker en gips en/of anhydriet.
Productiecontrole
Zie: Bedrijfscontrole.
Profielen
Profielen zijn uit synthetische rubbers vervaardigde voorgevormde stroken, soms voorzien van zijwaarts uitstekende randen, die inwendig zijn voorzien van luchtkamers en/of kanalen, of ronde schuimrubber slangen met uitwendig een glad en gesloten oppervlak. Profielen worden onder voorspanning in voegen aangebracht om deze aan de bovenzijde af te dichten.
R
Referentietemperatuur
Temperatuur waarbij de verharding spanningsloos is.
Relaxatie
Afname van de belasting bij een constant gehouden vervorming.
Rijbaan
Gedeelte van de verharding bestemd voor het rijdende verkeer.
Rijcomfort
Effect van versnellingen in dwars- en verticale richting, zoals dat door de weggebruiker wordt ervaren.
Rijkwaliteit
Kwaliteitsniveau van het wegoppervlak, zoals dat door de weggebruiker wordt ervaren.
Rugvulling
Rugvulling materiaal die in het verbrede deel van de (opgezaagde) voeg wordt aangebracht. Het moet het kontact met de horizontale bodemvlakken van het verbrede gedeelte van de voegkamer verhinderen. Tevens fungeert ze als onderste begrenzing bij het aanbrengen van vloeibare voegdichtingsmaterialen, waardoor de installatiediepte, de dikte en de vormgeving van het dichtingsmateriaal wordt bepaald.
S
Schraal beton
Beton met een laag cementgehalte.
Slipformpaver
Betonverwerkingsmachine uitgerust met een glijdende bekisting.
Spatten
Verticale verplaatsing van delen van een verharding door knik als gevolg van horizontale drukspanning die meestal wordt veroorzaakt door thermische uitzetting.
Specifieke verlenging/verkorting
De verhouding tussen de verlenging (of verkorting) in een materiaal, onder invloed van een belasting, en de oorspronkelijke lengte: ? = ?l / l. Een specifieke verkorting wordt ook wel aangeduid met het begrip 'stuik'. Een specifieke verlenging wordt ook wel aangeduid met het begrip 'rek'.
Staalvezelbeton
Betonspecie waaraan staalvezels zijn toegevoegd ter versterking van de cementsteen. In theorie kan hierdoor de treksterkte maximaal twee maal zo hoog worden t.o.v. de treksterkte van ongewapend beton.
Stabiliseren
Verbeteren van de draagkracht van een grondlaag door vermenging met een bindmiddel.
Standaard RAW 2005
Standaard RAW bepalingen 2005.
Steenmengsel
Mengsel van gebroken natuurlijk gesteente of van slak die vrijgekomen is bij de bereiding van staal of ontsluiting van erts. Wordt vaak als fundering toegepast.
Sterktecriterium
Ontwerpcriterium voor ongewapende betonplaten ten aanzien van de optredende spanningen in het beton.
Sterkteklasse
Aanduiding voor de karakteristieke druksterkte van beton volgens NEN 5950 Voorschriften Beton Technologie (VBT 1995).
Stijfheidscriterium
Ontwerpcriterium voor ongewapende betonplaten ten aanzien van de optredende verplaatsingen bij de voegen in het beton.
Stortvoeg
Zie: Constructievoeg.
T
Temperatuurgradiënt
Verschil tussen de temperatuurverandering in het beton aan de boven- en onderzijde gedeeld door de dikte van de verharding.
Textuur
Geometrische beschrijving van vorm, grootte en rangschikking van oneffenheden van een (weg)oppervlak, op schaal van de korrelafmeting.
Toelslagmaterialen
Natuurlijke of kunstmatig vervaardigde, steenachtige materialen.
Trilbalk
Balk die zelfstandig of als onderdeel van een machine in trilling wordt gebracht en waarmee materiaal wordt verdicht.
Trilnaald
Dunne buis die door middel van een excentriek in trilling wordt gebracht en waarmee betonspecie wordt verdicht.
Truckmixer
Transportmiddel voor het bij de installatie of op het werk mengen en transporteren van betonspecie.
Tussenlaag
Elke laag van de verharding tussen de deklaag en de fundering.
U
Uitdrogingskrimp
Opgelegde vervorming van het beton dat voornamelijk wordt veroorzaakt door de capillaire onderdruk die ontstaat door verdamping van niet-gebonden water in de cementsteen.
Uitzetvoeg
Ruimte tussen de betonplaten van een betonverharding of tussen betonverharding en een kunstwerk, om te voorkomen, dat bij uitzetting ontoelaatbare spanningen optreden (ook wel dilatatievoeg genoemd).
V
Verdichten
Het verkleinen van het poriënvolume.
Verdichtingsgraad
Verhouding tussen de dichtheid van een materiaal en de dichtheid van dat materiaal, verdicht volgens een standaardmethode.
Verharding
Verharde lagen van het weglichaam, met inbegrip van alle funderingslagen.
Verhardingsconstructie
Gedeelte van een wegconstructie boven de onderbouw.
Verhardingsklasse
Categorie-indeling op basis van ROA/RONA voor betonwegen. De klassen worden gekenmerkt door het aantal rijbanen, de verhardingsbreedte, het aantal vrachtauto's per richting en de maximumaslast.
Verhardingstijd
Tijdsduur tussen het moment van bereiding van betonspecie en het moment waarop door verharding een bepaalde sterkte is bereikt.
Vermoeiing van beton
Wanneer de grenzen waartussen de spanning in het beton ten gevolge van temperatuurgradi‘nt en verkeersbelasting wisselt en geringer is dan de buigtreksterkte, kan het toelaatbaar aantal lastherhalingen met een vermoeiingsrelatie worden berekend.
Verwerkbaarheid
Aanduiding voor de eigenschappen van betonspecie bij het mengen, transporteren, verdichten en afwerken.
Voeg
Naad tussen twee aansluitende gedeelten van de verharding. Voegen zijn bewust vervaardigde doorsnede-verzwakkingen in een cementbetonverharding, om het doorscheuren van de verharding als gevolg van het optreden van verhardingskrimp, op vooraf bepaalde plaatsen te doen plaatsvinden.
Voegkamer
Ruimte ontstaan door opzagen van de eerste zaagsnede. De afmetingen moeten zijn afgestemd op het aanbrengen van een eventueel benodigde rugvulling en op het type voegdichtingsmateriaal.
Voegkoord
Afdichtingkoord in een gezaagde voeg. Voegkoord is gemakkelijk samendrukbaar materiaal, veelal in de vorm van een ronde lang, dat vrij diep in de voeg wordt aangebracht om te voorkomen dat stof en vuil in de zich vormende krimpscheur dringt. Het dient vooral voor het tegenhouden van fijne deeltjes die ontstaan wanneer de voeg wordt opgezaagd en afgeschuind.
Voegdichtingsmateriaal
Voegdichtingsmaterialen zijn materialen die boven in de voeg worden aangebracht, om indringen vanaf het oppervlak van water, zand, steentjes en dergelijke materialen in de voeg te voorkomen. Toegepast wordt plastisch of elastisch materiaal, geschikt voor het vullen en duurzaam afsluiten van de voeg.
Voegvulling
Zie: Voegdichtingsmateriaal.
Voltooid scheurenpatroon
Scheurvorming in gewapend beton (fase III), dat zich kenmerkt door een constante scheurafstand en toename van de (gemiddelde) scheurwijdte bij toenemende belasting (trek, buigtrek).
Voorstrijkmiddel
Een andere benaming is primer; het materiaal wordt op de verticale voegwanden aangebracht om de hechting tussen cementbeton en voegdichtingsmateriaal te bevorderen.
Vorstgevoeligheid
Mate van volumevermeerdering van materiaal onder invloed van bevriezing.
Vrijevalmenger
Verticaal opgestelde menginstallatie met een draaiende trommel voorzien van een inwendige schoepen, waarin materialen worden gemengd door een vallende beweging.
Vulstoffen
Fijne stoffen, meestal fijner dat 125 µm, te verdelen in niet-reactieve (inerte) stoffen en in stoffen die een puzzolaan karakter hebben en daardoor een (gedeeltelijke) bindmiddelfunctie kunnen vervullen.
W
Wapeningsnet
Samenstel van langs- en dwarsstaven die een netstructuur vormen waarvan de knooppunten hetzij in de fabriek gelast zijn of op het werk met binddraad zijn verbonden.
Wapeningspercentage
Percentage van de verhouding tussen de doorsnede van het betonstaal en de betondoorsnede: _o = 100 As / Ab
Water-cementfactor
Verhouding van de massahoeveelheden van water en cement in betonspecie.
Weerfase
De weerfase-aanduiding, zoals deze wordt gebruikt bij de weerberichtgeving ten behoeve van de bouwnijverheid.
Weg
Gebaand gedeelte van het terrein ten behoeve van verkeer te land.
Wegdek
1. Oppervlak van de verharding van een verkeersbaan;
2. Bovenlaag van de verharding.
Weglichaam
Samenstel van alle constructieve onderdelen, waaraan de weg de nodige stabiliteit ontleent.
Werkende voeg
Naad tussen twee aansluitende gedeelten van de verharding, waarvan de breedte onder invloed van temperatuurverandering, varieert.
Z
Zaagmachine
Zelfrijdende machine voorzien van een zaagblad om op gewenste breedte en diepte de verharding te kunnen inzagen.
Zand
Mengsel van voornamelijk minerale deeltjes met korrelgrootten overwegend tussen 63 µm en 2 mm.
Zandbed
Bovenste gedeelte van de aardebaan, waarvan het materiaal aan bepaalde eisen moet voldoen en waarop de verharding rust.
Zandcement
Mengsel van zand, cement en water.
Zelfbindende fundering
Fundering bestaande uit een laag steenachtig materiaal met hydraulische werking zodat een lichte binding ontstaat, waaraan geen specifiek bindmiddel zoals cement of bitumen is toegevoegd.
Zetmaat
Maat voor de consistentie van betonspecie
Zetproef
Proef om de zetmaat van betonspecie te bepalen
Zetting
Volumeverkleining van grond hoofdzakelijk ten gevolg van eigen massa en/of uittreden van water.
Zweten
Zie: Bleeding.



